Rotterdam - Bescheiden start

Bescheiden start

800 - 1570

Rond het jaar 800 wordt er in het Maas-Merwedegebied ter plaatse van het huidige Rotterdam al gewoond, maar de afdamming van de Rotte waar de stad haar naam en ontwikkeling aan dankt, dateert van omstreeks 1270. Ten tijde van het stadsrecht van 1340 is middeleeuws Rotterdam nog een vrij landelijke nederzetting met een paar duizend inwoners. Stad en stadsbestuur zijn nog sterk lokaal en regionaal gericht, alhoewel import, export en doorvoer toenemen doordat een scheepvaartverbinding met het Hollandse achterland tot stand komt. Omstreeks 1400 behoort Rotterdam als doorvoer - en overslaghaven tot de kleinere steden van Holland en Zeeland en dat blijft lange tijd zo. Wel is er in de vijftiende eeuw sprake van bescheiden groei. Kloosters vestigen zich in de stad, waar Heilige Geest en Gasthuis voor armen en behoeftigen, evenals vermogende religieuze particulieren en broederschappen, al actief zijn. Als geestelijk centrum fungeert de Grote- of Sint-Laurenskerk, die door nieuwbouw meer aanzien krijgt. De haringvisserij komt op, er is meer vrachtvaart in binnen- en buitenland en de nijverheid organiseert zich in gilden. Het stedelijk leven speelt zich voornamelijk af rond dam en haven, het economisch centrum van Rotterdam. Het welvaren van de middeleeuwse stad lijdt nogal onder nabijheid van het machtige Dordrecht en de concurrentie van steden als Delft, Leiden, Haarlem, Gouda en Amsterdam. Aan het einde van de vijftiende eeuw berokkenen de Hoekse en Kabeljauwse twisten bovendien veel schade, waarvan de stad zich pas na 1500 herstelt. Handel en koopvaardij maken daarbij gebruik van de gunstige ligging van Rotterdam. De Maasstad wordt in de zestiende eeuw een spil tussen Amsterdam in de noordelijke Nederlanden en Antwerpen, dat dan de wereldeconomie domineert, in de zuidelijke Nederlanden. Het zwaartepunt van stedelijke bedrijvigheid en stedelijk leven komt steeds meer te liggen bij visserij en scheepvaart en de bijbehorende nijverheid. De stad begint daardoor langzaam te groeien. Het stadsbestuur breidt zich uit met nieuwe, handelsgezinde groepen en verwerft overal meer invloed, ook op het terrein van de kerk. Er heerst echter een sfeer van politieke en religieuze verdraagzaamheid en men treedt niet op tegen de nieuwe ketterse stromingen die elders voor veel onrust zorgen.

Selecteer een tijdlijn